Allemaal Amsterdammers Wandeling

“Doe mee, Mara! Ik ga hier vertellen!”, stuurt Alex me in een berichtje samen met een flyer van Allemaal Amsterdammers – iets met rondleidingen door het centrum van Amsterdam en verhalen vanuit Aziatisch perspectief, georganiseerd door Dander en Pan Asian Collective.

Als er iets is waar ik altijd al een enorme hekel aan heb gehad, dan zijn het wel rondleidingen. Iets waar ik als Amsterdams kind nogal een overdosis van heb gekregen.

Bij mij viel dat onder dat saaie moeten; duffe schoolreisjes en vakantie-uitjes met stoffige musea en gidsen waarvan het spetterende enthousiasme vol “leuke weetjes” je oogballen deed rollen terwijl er bepaald werd waar je wel of niet mocht staan, waar je naar moest kijken, wat je ervan moest vinden en bij moest voelen of, erger nog, kinderverjaardagen waarop je gevangen zat in een rondvaartboot terwijl je de weg allang wist, niets nieuws te horen kreeg, je eigenlijk honger had en tegelijkertijd teveel energie om braaf stil te zitten luisteren, en je liever de hele dag ondersteboven in een klimrek had gehangen.

Maar ja, als ik één ding zeker weet, dan is het wel dat Alex hele spannende verhalen kan vertellen en altijd ver is gebleven van de saaie, almaar herhaalde informatie uit de schoolse Nederlandse geschiedenisboekjes uit mijn jeugd, die uiteindelijk allemaal dezelfde misselijkmakende koloniale nostalgie en glorieuze VOC-trots voorkauwden.

Ruim een jaar geleden werd ik naar Alex doorgestuurd toen ik op zoek was naar een Chineesleraar – niet zozeer om mij Chinees te leren, maar om te leren identificeren wat er allemaal al aan Chinees in mij zat. Dat deel van mij waar ik vragen over had maar niet mijn vinger op kon leggen, omdat mijn Chinese vader me er nooit echt over heeft verteld – sindsdien neemt Alex me mee op allerlei uitstapjes; Chinees oud en nieuw, het leeuwendansritueel, kung fu-lessen, mahjong-clubjes, en vooral heel veel eettentjes, waar ik nu zonder gêne op tafel heb leren morsen, omdat dat volgens Chinese etiketten mag.

Vaak stelt hij mij grappenmakend voor als zijn “Chinese fledgeling” en een “just-out-of-the-closet Chinese”, wat eigenlijk heel gevat is, want nooit eerder heb ik geweten hoe Chinees ik – naast Nederlands en Indisch – altijd al geweest ben.

‘Het enige wat wij allebei steeds opnieuw leren, is dat je alles eigenlijk al weet’, lacht hij vaak triomfantelijk als ik weer eens, zonder het te weten, Sun tzu, Confucius of Laozi citeer.

Maar er is genoeg wat ik nog niet weet, dus als Alex zegt dat ik iets moet komen zien of meemaken, dan kan ik natuurlijk niet wegblijven, zelfs niet van een misschien-wel-stomme rondleiding. Ik ben nieuwsgierig om de stad, waarin ik geboren en getogen ben, opnieuw te bekijken door Aziatische ogen; een Amsterdam dat ik nog niet ken.

Op 27 maart nemen Alex Lai en Peter Bouman ons mee op een wandeltocht in en rond de Nieuwmarkt. Het Aziatisch-Nederlandse verhaal begint met hoe Amsterdam ruim 400 jaar geleden een handelsband opbouwde met de Oost om thee en waarom we (door de locatie van de handelshaven in China) in de meeste delen van Europa “thee” zeggen in Hokkien-dialect in plaats van het in China veel meer gebruikte “chá” in het Mandarijns.

Ik verbaas me over het grote aantal verschillende migratie-stromingen en -achtergronden van Azië naar Nederland door de eeuwen heen; door middel van ronselingen, slavernij na valse arbeids-beloftes, oorlogsvluchtelingen tijdens en na de dekolonisatie van Indonesië, maar ook arbeiders, en gelukszoekers die zich voor veel geld naar Nederland lieten smokkelen. Ik bewonder deze mensen die, ondanks enorme risico’s en een sociaal-economische achterstand, de maatschappelijke ladder toch knap snel en creatief hebben weten te beklimmen.

Terwijl we door de stad lopen en hun verhalen horen, lijken we opeens meerdere plekken in de tijd aan te raken en er tussen heen en weer te flitsen. We staan stil op vijf plekken:

 

  • In plaats van de sjieke huizen die statig over de gracht uitkijken op de Schreierstoren – waarvandaan ik menig bedwelmd, oud mannetje heb geholpen de weg terug te vinden naar het Korsakov-huis in de jaren ‘90 – wordt er een levendig beeld geschetst van een drukke, ondiepe Amsterdamse haven vol boten, VOC-pakhuizen en (veelal geronselde) Indische en Chinese zeelieden die vanaf daar naar Texel voeren om kolen te stoken op grotere schepen naar de Oost. Schepen met plek voor 200 bemanningsleden, maar ook 1000 op elkaar gestapelde slaven.

 

  • We bewonderen de prachtige architectuur van het Scheepvaarthuis, wat nu hotel Amrâth is – maar ik mijn hele jeugd alleen gekend heb als “het GVB-gebouw” – en de door stoepa’s (tempels uit de Oost) geïnspireerde geveldetails, met koppen van Hollandse kapiteinen in plaats van draken en leeuwen. Het is een fusie van Amsterdamse School en geometrische feng shui-regels in één gebouw, die ik eerder nooit anders heb kunnen beschrijven als “wat Dracula had gebouwd als hij in Amsterdam had gewoond”.

 

  • Terwijl een lokale bewoner zich geïrriteerd een weg baant door de groep aandachtige luisteraars in de nu superstille Buiten Bantammerstraat, wordt er verteld over hoe hier de eerste Amsterdamse Chinatown ontstond, door de pensionnetjes waar de Chinese zeelieden in verbleven. We horen niet alleen over hun latere clanoorlogen om werk (als de schipperij overgestapt is van stoken met kolen naar olie) en de deportatie van de “overtollige” Chinezen in de jaren ‘30, maar ook over het eerste Chinese restaurant in 1928 op Binnen Bantammerstraat 11, en over hoe, door het verlangen van de immigranten (maar ook de Nederlandse, voormalige KNIL-soldaten) naar Aziatisch eten, de moeilijk verkrijgbare ingrediënten vervangen werden door lokale, en zo (in de jaren ’50-’80) de unieke Chinees-Indonesische keuken ontstond – met gerechten zoals de voor mij naar “thuis” smakende babi pangang en foe yong hai – die nergens anders buiten Nederland te vinden is.

 

  • De leuke winkeltjes, toko’s en eettentjes op de Zeedijk en Nieuwmarkt (waar ik in de jaren ‘90 werkte als keukenprinses, weggestopt onder de lage balken van de kelder van ‘t Loosje) associeer ik niet langer alleen met de tijd dat ik daar werkte of de ongure wijk uit mijn kindertijd (waar ik in de jaren ’80 leerde dat je de mannen die op straathoeken in portiekjes stonden niet moest aankijken omdat ze anders drugs aan je probeerden te verkopen, dat de spiraalvormige urinoirs geen doolhoven zijn om in te spelen, en het normaal was om als kleuter met je vader in de metro naast een junk te zitten die crack zat te roken). Nu hoor ik ook de heupschuddende klanken van elektrische gitaren van slick gekleedde Indo-rockers, die in de jaren ‘50 en ‘60 in de Casablanca en de San Francisco-bar speelden.

  • Het spannendste vind ik de Chinese mafia-verhalen die we te horen krijgen op de Kromme Waal (vlak voor de deur waar de ouders van een schoolvriendinnetje later een hip naaiatelier runden waarin ik modeshows heb gelopen). Illegale gokhallen in geheime, groezelige achterkamertjes en de drugshandel die, ongezien maar toch ook recht onder de neus van de Nederlandse regering, plaatsvond via de gesloten Chinese gemeenschap. Dit laatste, lang onder leiding van drugsbaron Chong Mun (naar buiten toe alleen bekend als gerespecteerd zakenman, door zijn gulle donaties aan Nederlandse goede doelen) die in ‘75 werd omgelegd door een Hongkongse huurmoordenaar op de plek waar we staan.

 

‘Dat was het dan. De tijd is om!’, zegt Alex, en rukt me met zijn droge conclusie terug in het hier en nu.

Gelukkig krijgen we nog een kopje thee na op het terrasje bij de Waag, waar ik om me heen blijf staren naar de stad en de mensen, waar ik me ineens een stuk meer verbonden mee voel. Velen gingen ons voor, maar iedereen die er nu rondloopt voegt uiteindelijk met zijn eigen leven ook een stukje toe aan de historie van Amsterdam.

Die “misschien-wel-stomme rondleiding” van anderhalf uur blijkt uiteindelijk een avontuurlijke tijdreis onder het tipje van de Aziatisch-Nederlandse sluier. Het ging veel te snel voorbij en smaakt, naast een behoorlijke trek in mijn vader’s babi pangang, naar meer.

 

Tekst: Mara Liem

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *