Wie waren de Amsterdammers met Aziatische roots? Wat hebben zij tijdens de Tweede Wereldoorlog meegemaakt? En wat is er uiteindelijk met hen gebeurd? Voor de eerste serie verhalen voor Azië x Nederland begeven wij ons op en rondom de Nieuwmarkt in Amsterdam. In het kader van de herdenking van de Tweede Wereldoorlog op 4 mei en de viering van de Bevrijdingsdag op 5 mei is PAC op zoek gegaan naar verborgen verhalen over personen met wortels in Oost-, Zuid- en Zuidoost-Azië die de oorlog in deze omgeving hebben meegemaakt.

De Nieuwmarkt

De Nieuwmarkt is een van de meest iconische plekken van Amsterdam. Het beroemde plein en de omliggende straten stonden al eeuwen bekend als de Joodse buurt, maar de Tweede Wereldoorlog zou voor altijd een andere lading aan deze naam geven; de Nieuwmarkt en het gebied rondom het plein werd deel van het zogeheten Judenviertel, een poging van de Duitse bezetters om zoveel mogelijk Joodse mensen in een gebied te concentreren. Aan de grens van de wijk lag ook de Binnen Bantammerstraat waar vele Chinese havenwerkers, ondernemers en later ook families zich hadden gevestigd. Hoe de Chinese gemeenschap en andere personen van Aziatische afkomst de oorlog in Amsterdam hebben doorgebracht, is voor velen onbekend. PAC ging daarom op onderzoek uit.

Een tijdelijke afsluiting van de jodenbuurt na de Februaristaking op 25 februari 1941; de Nieuwmarkt is omgeven door prikkeldraad, juli 1943 | Stadsarchief Amsterdam | Vervaardiger onbekend
A group of Dutch resistance members and hidden Jews are crowded into a room [possibly to listen to a clandestine radio]. Those pictured include Bep Klant, Rosette Aussen-Muscoviter, Dirk Pos, Benno Aussen, Lizzy Pos and Oey Tjeng Sit
Een groep verzetsmensen en onderduikers hebben zich in een kamer verzameld [mogelijk luisterend naar een illegale radio-uitzending], onder wie Bep Klant, Rosette Aussen-Muscoviter, Dirk Pos, Benno Aussen, Lizzy Pos en Oey Tjeng Sit, ca. November 1943-mei 1945 | Amsterdam | Hans Aussen, United States Holocaust Memorial Museum

Verborgen geschiedenis

Deze foto lijkt een unicum als het om visueel bewijs gaat van connecties tussen Amsterdammers met Aziatische roots, verzetsmensen en onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog. De foto werd op een onderduikadres in de Banstraat genomen, waar het echtpaar Dirk Pos en Marie Scheeres verschillende verzetsstrijders en onderduikers hebben ondergebracht. Misschien valt de man met een Aziatisch uiterlijk op deze foto u ook op. Het is Oey Tjeng Sit (1917-1987), geboren in Purwokerto, een stad op Midden-Java (Indonesië). Oey Tjeng Sit zal later in de jaren vijftig een apotheek in de Jordaan overnemen. Hij ontplooide zich daar ook als kunstenaar.

De connectie tussen Oey Tjeng Sit, de verzetsstrijders en onderduikers kan op basis van deze foto gemaakt worden, maar helaas is er niets bekend over zijn eigen betrokkenheid bij het verzet. Deze foto is een mooie representatie van dit initiatief: er is relatief weinig representatie van personen van Aziatische afkomst die de oorlog in Nederland hebben meegemaakt. Hierdoor is er een beeld ontstaan dat zij er niet waren of zich geheel afzijdig hielden. Daarom is het belangrijk om perspectieven en verhalen te belichten van mensen die vergeten zijn en weer deel zullen zijn van het collectieve geheugen van de stad.

Verzet en overleven

Ten tijde van de Duitse inval op Nederland op 10 mei 1940 woonden naar schatting circa 900 Chinezen en enkele duizenden mensen uit voormalig Nederlands-Indië in Nederland. Deze twee groepen zijn zover bekend een van de eerste en grootste migrantengroepen in Nederland met wortels buiten Europa.

De eerste Chinezen die zich in Nederland vestigden waren veelal zeelieden die vanaf 1911 in de havensteden Amsterdam en Rotterdam terechtkwamen om de zeeliedenstaking te breken. In tegenstelling tot de Chinezen bestond de groep migranten uit Nederland-Indië grotendeels uit rijkere studenten. Bij het uitbreken van de oorlog woonden er ook slechts een enkele duizenden personen van Surinaamse afkomst in Nederland. Net als de migranten uit het voormalig Nederlands-Indië behoorden zij vaak tot de rijkere elite, waren zij met name van Joodse of Creoolse afkomst en hadden zij voor zover bekend is zelden Hindoestaanse of andere Aziatische roots. Andere Aziatische gemeenschappen waren relatief klein of zouden pas later de oversteek naar Nederland maken.

De groep die wellicht het bekendst is vanwege hun actieve rol in het verzet in Nederland waren studenten uit voormalig Nederlands-Indië, mensen uit de bovenlaag van de samenleving in het land van herkomst die door het sluiten van de universiteiten door de Duitse bezetter ervoor kozen om in het verzet te treden. Daarnaast zullen andere oorlogsverhalen een inkijk in het leven bieden van mariniers, restauranthouders en andere Amsterdammers van Aziatische afkomst.

Chan Chi

Verschillende groepen Chinezen in Nederland werden onder meer in Venlo en Staphorst ingezet om wegen aan te leggen, onder wie ook Chan Chi. Hij was steward op een schip en kwam in 1936 naar Nederland. Hij besloot in Nederland te blijven. Zijn thuisland China was immers in oorlog met Japan. Hij settelde zich in de Binnen Bantammerstraat en zette zijn werk als steward voort tot aan het uitbreken van de oorlog. Chi verloor zijn baan en via het Arbeidsbureau Amsterdam werd hij in 1941 naar Staphorst gestuurd om met het magere loon van vier gulden per week een weg aan te leggen. Deze weg, de Ebbinge Wubbenlaan, werd later in de volksmond wel de ‘Chinezenweg’ genoemd.

Chi’s verhaal is later vastgelegd in het boek Sporen van oorlog: ooggetuigen over plaatsen in Nederland (1989). Daar beschreef hij dat hij twee zomers aan de zogeheten Chinezenweg heeft gewerkt. In het eerste jaar met zeventig arbeiders en tijdens zijn tweede zomer slechts met dertig. Volgens Chi waren de omstanders in eerste instantie bang voor hen. Ook omschreef hij de kampbeheerder als een strenge NSB’er die zeer strikt was voor hen [de Chinese arbeiders]. De voormalige steward was verantwoordelijk voor de tolken en het magazijn. Daarnaast bracht hij op de fiets zieke mensen naar de dokter.

De Chinese arbeiders mochten een keer in de twee weken een weekend naar huis, voor hem dus Amsterdam. In de winter werkte hij in Amsterdam: in de gemeentewasserij, Luijcks-fabrieken en later ook in de glasfabriek in de Warmoesstraat. In 1944 verhuisde Chi naar Den Haag. Er is hem verder niets uitzonderlijks meer overkomen, aldus Chi zelf. 

Constance Victorine (Vicky) Tan

Ook buiten de Binnen Bantammerstraat woonden er personen met Aziatische roots die Amsterdam in de oorlog hebben meegemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de in Nederlands- Indië geboren student geneeskunde Vicky Tan, later kinder- psychiater en echtgenote van medeoprichter van Het Parool Wim van Norden. Zij verkeerde in de oorlog in verzetskringen en heeft mogelijk geholpen bij het onderbrengen van Joodse kinderen op onderduikadressen.

Harry Lim

De Amsterdamse student Harry Lim (Chinese naam: Lim Tjing Lok) (1920−1945), die destijds aan de Zwanenburgwal en ‘s Gravenhekje heeft gewoond, was ook actief in het verzet. Harry Lim werd geboren in Surabaya (Indonesië) en kwam als middelbare scholier naar Nederland. Na de middelbare school ging hij in Amsterdam studeren. Hij werd lid van het studentencorps en sloot zich aan bij het dispuut P.A.L.L.A.S., waarvan veel studenten na het sluiten van de universiteiten in 1943 een rol gingen spelen in het verzet. In het Stadsarchief Amsterdam is een voorbeeld te vinden van een door Lim gemaakt certificaat (Bescheinigung) met een door hem vervalste stempel. In december 1944 werd hij opgepakt en via doorgangskamp Amersfoort gedeporteerd naar concentratiekamp Neuengamme, waar hij mogelijk als arts werkte. Lim overleed kort voor de bevrijding, in april 1945.

Bescheinigung voor Willem Bloemendal, vervalst door Harry Lim, 1944 | Amsterdam | Stadsarchief Amsterdam
Nog lange tijd na de bevrijding was onbekend of Harry de oorlog had overleefd. Zijn vader, J.K. Lim, plaatste advertenties in diverse kranten: hij hoopte zo zijn zoon terug te vinden. Advertentie, 11 juli 1945 | De Waarheid | ’s-Gravenhage

Meer verhalen buiten Amsterdam

Indonesische studenten in Leiden

In Leiden stonden tijdens de oorlog circa 100 Indonesische studenten ingeschreven. De meesten van hen studeerden geneeskunde of rechten. Een deel van de Indonesische studenten in Leiden van het zogeheten Clubhuis Indonesia sloten zich onder meer aan bij de stakingen rondom het ontslag van Joodse universitaire medewerkers. Deze stakingen leidden uiteindelijk tot de sluiting van de Leidse universiteit in 1940, enkele jaren eerder dan andere universiteiten in Nederland. Onder het motto ‘Eerst Nederland bevrijden, dan Indonesië’ gingen de studenten te werk. Een van de belangrijkste bijdragen aan het verzet was de productie van illegale bladen als Madjallah en later De Bevrijding, vol vurige betogen met het oog op een onafhankelijk Indonesië. 

Feest in clubhuis Indonesia aan de Hugo de Grootstraat 12 te Leiden, 1939 | Leiden | KITLV 31530 | Bijzondere Collecties Universiteit Leiden

 “Gevolg van de staking van Leidse studenten was dat de universiteit gesloten werd. We studeerden nog wel verder, lazen boeken en discussieerden met elkaar in het Clubhuis, maar we konden geen examens doen. (….) Voor de PI-Leden was de overgang naar de Duitse bezetting niet zo groot. Wij waren gewend illegaal actief te zijn. Het fascisme vonden we echter erger dan het kolonialisme, omdat het arische ras bovenaan stond. Bovendien kende het facisme geen vrijheid. (…) Met de Duitse bezetting werden alle banden met Indonesië verbroken. Dit was een grote slag, want we hadden geen contact meer met onze familieleden en kregen geen geld meer om te studeren en te leven. Het Ministerie van Koloniën zorgde ervoor dat wij toch maandelijks een toelage kregen.”  – R.M. Rasono Woerjaningrat, toentertijd Leidse student uit Nederlands-Indië.

Het werk in het verzet was uiteraard niet zonder gevaar. Een van de bekendste Indonesische studenten in het verzet was de Leidse sociologiestudent Irawan Soejono (1920-1945). Hij was geboren op Oost-Java en emigreerde kort voor het uitbreken van de oorlog in 1940 naar Nederland. Tijdens de oorlog werkte hij onder andere mee aan het eerdergenoemde blad de Bevrijding, geschreven door de Indonesische studentenorganisatie in Nederland Perhimpoenan Indonesia (PI). Soejono werd uiteindelijk in januari 1945 door een Duitse soldaat doodgeschoten als hij tijdens een razzia op de Breestraat probeert weg te vluchten. Tijdens het vluchten droeg hij onderdelen van een typemachine bij zich. Hij zal de bevrijding in Nederland en de onafhankelijkheid van Indonesië nooit meemaken.

Verhalen over personen van Molukse afkomst in Azië en Oceanië

Op verschillende plekken op de wereld vochten personen van Aziatische afkomst onder de Nederlandse vlag voor de vrijheid, terwijl zij zelf vaak met discriminatie en andere ongelijkheden te maken hadden. Simpel gezegd betekende ‘die vrijheid’ niet altijd vrijheid voor hen. Op de afbeelding aan de rechterzijde ziet u een bericht over de bijzetting van verschillende mensen van de zogeheten Ordedienst (OD) die door de Duitse bezetters waren gefusilleerd, onder wie ook Eddy Latuperisa. Hij was kapitein bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) en was bij verschillende spionage- en sabotageactiviteiten betrokken. In 1942 werd Latuperisa aangehouden vanwege sabotage, hulp aan de vijand en Wortbruch, ofwel de eed die Nederlandse officieren moesten afleggen om geen vijandelijkheden tegen de Duitsers te ondernemen. Hij werd uiteindelijk ter dood veroordeeld en op de Leusderheide gefusilleerd.

De enige militair van Molukse afkomst die de Willems-orde, de hoogste Nederlandse militaire onderscheiding, heeft ontvangen was KNIL-militair Julius (Ulys) Tahija. Hij ontving de onderscheiding voor zijn inzet bij de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS). De NEFIS opereerde vanuit Australië die middels onderzeeërs spionnen in de nacht aan de kust van het bezette gebied afzette om onder meer informatie van de Japanse oppositie te verzamelen.

Krantenbericht, 19 november 1945 | Algemeen Handelsblad | Amsterdam

Collaboratie

Er zijn weinig bekende verhalen waarbij Amsterdammers en andere Nederlanders van Aziatische afkomst zich schuldig maakten aan het samenwerken met de Duitse bezetters, ofwel collaboratie. Deze samenwerking is niet altijd even expliciet. Denk bijvoorbeeld aan de horeca in de Binnen Bantammerstraat. De voedselschaarste hield de Chinese restauranthouders niet tegen. Tijdens de hongerwinter van 1944−1945 werd het gebied rondom de Nieuwmarkt zwaar getroffen. Desalniettemin wisten sommige restauranthouders door onder andere eigen voedselvoorraden te overleven. Sommigen van hun clientèle waren ook Duitse militairen, waardoor de restauranthouders soms privileges behielden in ruil voor hun gastvrijheid. Voor hen was dit waarschijnlijk eerder een overlevingsstrategie om de eigen gemeenschap te beschermen dan een actieve daad van collaboratie.

Chinees bleek een verrader, 6 november 1950 | de Zaanlander | Alkmaar

Tijdens het onderzoek zijn er enkele fragmenten uit kranten en een persoonlijk verslag gevonden waarin verhalen over collaboratie door personen van Aziatische afkomst zijn beschreven. Zo ook het krantenknipsel over ene Jong Baw, een Chinees persoon die verschillende illegale werkers aan de Duitsers had verraden. Waarom Baw deze illegale werkers had verraden, wie zij waren en of dit verraad gerelateerd was aan conflicten binnen de eigen gemeenschap is onduidelijk. Er zal meer onderzoek verricht moeten worden naar dit krantenknipsel en andere soortgelijke verhalen over collaboratie.

Foto van optocht tijdens de bevrijdingsfeesten, 8 september 1945 De Collectie Stadsarchief Amsterdam| Vervaardiger: ANEFO | De Dam, Amsterdam

Bevrijdingsfeest in Amsterdam op 8 en 9 november 1945

Terwijl Nederland op 5 mei 1945 bevrijd wordt, vecht men in Azië nog tegen de Japanse bezetters. Het duurt tot het najaar voordat ook Japan zich overgeeft. Op 2 september 1945 eindigde dan ook de oorlog op het Aziatische continent. De Chinese gemeenschap in Amsterdam organiseert in korte tijd een meerdaags festijn die aanving met een voorstelling over de bevrijding van China op de Dam. Deze werd voortgezet met een drakenoptocht die de menigte langs de binnenstad van Amsterdam bracht.

Uw verhaal

De zoektocht naar verhalen over personen met Aziatische roots die de oorlog in Nederland hebben meegemaakt gaat door. Ken jij iemand die de oorlog hier heeft meegemaakt? Een familielid of een verre bekende? Of heb jij aanvullende informatie over de bovenstaande verhalen? Neem contact op met PAC. Alle verhalen zijn van harte welkom.

    Colofon

    Programmamaker en projectleider: Jessy Wong
    Social media: Caitlin Spaans
    Vormgeving: Kin Mok en Jessy Wong

    Met dank aan de families van Harry Lim, Oey Tjeng Sit en Vicky Tan, het Chinese Indonesian Heritage Center (Kioe Bing Yap), het NIOD, het platform Joods Amsterdam, het Nationaal Archief, het Verzetsmuseum en het Stadsarchief Amsterdam voor de ondersteuning en/of het verschaffen van bronnen en ander materiaal.

    Deze presentatie is mede mogelijk gemaakt door de Gemeente Amsterdam en het Amsterdams 4 en 5 mei comité.